Laatste Schimmelpenninck van der Oye vertrekt

vrijdag 30 augustus 2019
  • 'Kasteel Duivenvoorde zal altijd een plekje in ons hart houden'

    Na bijna 800 jaar komt er een einde aan een tijdperk als binnen enkele weken de laatste Schimmelpenninck van der Oye vertrekt van Kasteel Duivenvoorde. De zuidvleugel waar de familie de laatste vijftig jaar woonde, gaat eind december wellicht tijdelijk open. De plannen voor wat er daarna met dit deel van het kasteel gaat gebeuren, zijn nog in ontwikkeling.

    Door: Marjolein Altena


    Foto: Voorschotense Krant

    Voorschoten - Officieel heet ze Ludolphine van Haersma Buma barones Schimmelpenninck van der Oye. Maar tijdens de kennismaking en na een stevige handdruk stelt ze zich voor als Ludolphine Buma. 'Ik heb altijd te weinig ruimte op formulieren', lacht ze voluit. Maar, het is een feit, weinig mensen kunnen bogen op een zo lange familiegeschiedenis op hetzelfde Kasteel. In de 13e eeuw wordt er een verdedigingstoren opgericht, eigendom van de familie Van Wassenaer. Is Duivenvoorde het oudste kasteel waar de familie nog woont? 'Dat durf ik niet te zeggen', zegt de barones. 'Het is wel bijzonder dat het kasteel de laatste twee eeuwen via de vrouwelijk lijn doorgegeven is.'

    Waren het eerst mannen die het kasteel erfden, in 1817 is de 10-jarige Henriette Jeanne Christine van Neukirchen de erfgenaam. Zij trouwt later met Nicolaas Steengracht. En dat Voorschoten een spoorlijn heeft, is, weliswaar tegen wil en dank, te danken aan een andere nazaat van de familie. 'De spoorlijn Haarlem-Den Haag werd dwars door de landerijen van het kasteel gepland. Daar had eigenaar Jonkheer Nicolaas Steengracht overwegende bezwaren tegen. Hij verloor de rechtszaak echter maar wist wel te bereiken dat er een halte bij het kasteel kwam. Als de jonkheer zelf mee wilde reizen, zette het personeel een rode vlag bij de lijn. Die vlag hebben we hier nog!'

    Vanaf 1912 is de familie Schimmelpenninck van der Oye eigenaar. Willem Anne Assueer Jacob woont er met zijn zus Ludolphine Henriette. 'Toen was er nog geen elektriciteit en stromend water. Wat zullen ze het koud hebben gehad want dit is eigenlijk gebouwd als kasteel voor de zomermaanden. Zeg maar een vakantiehuis.' Als de baron in 1957 plotseling overlijdt gaat het kasteel over naar zijn zus Freule Ludolphine. Vanwege de hoge successielasten besloot zij het kasteel en inboedel in een stichting onder te brengen. In 1963 gingen de deuren voor het publiek open. Na haar overlijden gaan op haar verzoek haar broer en schoonzuster, zij hebben 4 kinderen, Ludolphine is de derde dochter, op het Kasteel wonen.

    'Ik ben in de oorlog geboren. In Oosterbeek waar mijn ouders destijds woonden. Mijn vader was burgemeester van het Zeeuwse Kloetinge maar werd uit zijn ambt gezet door de Duitsers en ze moesten verhuizen. Na de oorlog zijn we teruggegaan maar bezochten mijn oom en tante in Voorschoten regelmatig. Mijn oom ontving ons altijd met een liedje uit de Duitse speelklok. Die staat nu op de overloop maar stond toen in de grote hal. Als kinderen trokken wij wel eens stiekem aan het touwtje, maar ja dat hoorde iedereen natuurlijk gelijk. Voor ons was het kasteel een avontuur. Zoveel kamers, zoveel gangen. Je kon er makkelijk verdwalen. Als mijn oom zoektochten organiseerde, gebeurde dat ook regelmatig. En zo'n kasteel leeft. Het piept en kraakt en was er tochtig. Ontzettend spannend als je 's avonds in je bed ligt.' In een hemelbed dan wel te verstaan en dat bed staat nog steeds in het kasteel. En natuurlijk werd er volop gespeeld op de paardrijstoel, ofwel de chambre-horse. Ook dat staat er nog steeds maar er op spelen, dat mag niet meer.

      
    De Bibliotheek met tegen de wand de paardrijstoel & de Blauwe logeerkamer met het hemelbed

    'Mijn ouders hebben echt aan de basis gestaan van de Stichting. Helaas overleed mijn vader jong, daarna kwam het op mijn moeder aan. Zij had een passie voor het kasteel en de traditie, en vond dat ze ervoor moest zorgen.' Ludolphine zelf, opgeleid als medisch kleuterleidster, vindt een baan in Kindertehuis Nieuw Voordorp. 'Dat was niet makkelijk. Veel kinderen kwamen als baby bij ons. Dan werden ze afgestaan door ongetrouwde moeders die daarna weliswaar nog drie maanden bedenktijd hadden. Maar sommige kinderen bleven tot hun 18e bij ons. Wij probeerde ze het dagelijks leven van een gezin te geven. Op vrijdag gingen we met ze naar de markt bijvoorbeeld. Maar toen ik mijn man (Roland van Haersma Buma) leerde kennen, ben ik gestopt.' Haar huwelijk werd in De Omroeper, de toenmalige huis-aan-huis krant, breed aangekondigd. Het paar trouwde op het Kasteel en het was voor het eerst in 100 jaar dat er weer een bruiloft was. Volgens de krant was het kasteel getooid met de witte bruidswimpel en Burgemeester Kool zelf sloot het huwelijk. Dat was precies 50 jaar geleden. Een feestje? 'Groot feest", lacht de barones.

    Voor het werk van haar man reisde Ludolphine de hele wereld over. 'Begin jaren 2000 kwamen we terug. Mijn moeder leefde nog en ze wilde hier perse blijven wonen tot haar laatste snik. Dat kon ze zelfstandig maar had wel hulp nodig. Ik was hier dus vaak. Na haar overlijden, en in overleg met mijn zussen en broer, zijn wij hier komen wonen. Dat is nu 15 jaar geleden.'

    Maar dan nu toch het vertrek? 'Ja, een emotioneel besluit dat ook pijn doet. Ik realiseer me dat ik de laatste in een lange familielijn ben maar we wilden geen van beiden alleen achter blijven in het kasteel. Hebben er echt heel lang over nagedacht en voor ons is het een goed besluit. Het paar gaat naar een comfortabel appartement. 'Niet in Voorschoten nee, dat is wel jammer.'

      
    De zuid-vleugel waar de familie uit vertrekt

    Het meegebrachte boekje 'Spraakmakende Voorschotenaren', van Loes de Keuning, wordt in grote dank aanvaard. 'Loes interviewde haar moeder in 1984. 'Ik ben hier bijzonder blij mee', zegt Ludolphine enthousiast. 'Het gaat mee naar het nieuwe huis.' Na haar vertrek blijft ze nog wel betrokken bij het Kasteel, onder andere voor de rondleidingen. 'Dat is ontzettend leuk, vooral als er kinderen bij zijn of als kinderen, zoals op Open Monumentendag, zelf rondleidingen geven. Ik vertel ze dan over de 'plofplee' en vertel dan waar die gezeten heeft. Gegarandeerd succes. Of Duivenvoorde interactief is? Ja, dat kun je wel zeggen. Er is zo veel te zien, noem met haar aanschouwelijk onderwijs. Er zijn inmiddels ruim 120 vrijwilligers die dagelijks aan het behoud van het kasteel en het landgoed werken, naast een handvol vaste krachten. Daarnaast zijn er trouwerijen ('dat mogen er van mij wel veel meer worden'), concerten en vergaderingen. Het onderhoud kost veel geld, dat inkomen is hard nodig. Verder zijn er nog familiestukken die we aan het kasteel schenken. Zoals een kroonluchter, een vroege olielamp en meer. Die moeten allemaal geregistreerd worden. Daar ga ik bij helpen. Nee, uit het oog is zeker niet uit het hart. Het Kasteel zal altijd een plekje houden!'

    Bron: Voorschotense Krant

    Terug naar nieuws

    Deel deze pagina