Rijtuigenproject

  • De drie rijtuigen en het minisleetje van Kasteel Duivenvoorde zijn in de periode september 2017-augustus 2018 gerestaureerd. Deze restauratie was hard nodig, want de tand des tijds had de vier aardig te pakken gehad. Na de afronding van dit project zijn de rijtuigen teruggekeerd naar het landgoed en opgesteld in het koetshuis. Onderstaand wordt een overzicht gegeven van het werk dat in die periode verzet is.

    Het restauratieproject
    Het project maakte deel uit van een omvangrijk masterplan om het Nederlandse om het hypomobiele erfgoed te behouden en ook weer beleefbaar te maken. De opdracht voor de restauratieklus luidde: conserveren en geschikt maken voor incidenteel gebruik. Het oude moest dus zo veel mogelijk bewaard blijven en er weer netjes uit gaan zien.

    Het is heel bijzonder dat de drie rijtuigjes en het bokkensleetje - voor op de bevroren vijver - de tand des tijds hebben doorstaan. De bokkenkar was nog in familiebezit, de andere drie stonden vanaf de jaren ’60 in het depot van Borg en Rijtuigmuseum Nienoord in het Groningse Leek, waren in zeer slechte staat en niet toonbaar voor het publiek. Nu zijn ze in langdurige bruikleen overgegaan naar Kasteel Duivenvoorde.

    De rijtuigen werden in oktober 2017 op transport gezet naar de firma Stolk in Balkbrug die deze serieuze restauratie zou gaan uitvoeren. Na het kleurenonderzoek en de inventarisatie van de precieze schade werd voorspeld dat het project een jaar in beslag zou nemen. Het project werd inderdaad binnen een jaar afgerond: op zondag 19 augustus 2018 waren de voertuigjes in volle pracht in het kasteelpark te bewonderen tijdens een speciaal hiervoor georganiseerde Parkrijtuigdag met demonstraties (met pony's, geiten, bokken en ezels. Het onthaal van de parkrijtuigen op het landgoed was historisch groots.

    De Duc Panier 
    De panier dankt zijn Franse naam aan het vlechtwerk uit wilgentenen waar het rijtuigje voor een  deel uit was opgebouwd. Maar houtwormen zijn er dol op, ze vreten zich in lengterichting door de tenen en wat je overhoudt zijn holle pijpjes, zoals rietjes. Over het rieten bakje was is in de loop der jaren zo vaak met de verfkwast gestreken, dat het vlechtwerk al zijn schoonheid had verloren.

    Restaurateur Stolk had verwacht het vlechtwerk te kunnen uitbesteden, maar zelfs het werk van de beste wilgenvlechter was nog te grof dus niet goed genoeg. Stolk is het zelf gaan doen. Bij het losmaken van het leer om de uiteinden van de lamoenbomen werd ontdekt wat er technisch mankeerde aan de Panier. Het bleek dat dit leer vooral was bedoeld om te verbloemen dat de bomen waren gebroken. De restaurateur heeft hiervoor nieuwe delen gemaakt.

    Een ander probleem waren de ellipsveren onder het voorschamel, het rechter veerpakket stond andersom gemonteerd met de moeren aan de buitenzijde. En bij een eerdere opknapbeurt was die rechterveer nogal provisorisch hersteld; het bovenste veerblad was slecht aan elkaar gelast, het tweede was vervangen door een stuk ijzer in plaats van een blad uit verenstaal. Toen het rijtuigje uit de werkplaats kwam rollen, waren die veren weer piekfijn hersteld. Precies zoals ze er een eeuw geleden onder zaten.

    Geel of toch rood?
    Deze kleuren zijn vaak ter sprake gekomen tijdens het restauratieproces: het bokkenkarretje was geel en op een realistisch schilderij is het ponyrijtuig  - de panier - met gele wielen te zien. Toch is bij de restauratie van de panier alleen maar rood gevonden en geen spoortje van gele verf: reden om het rode intact te laten.

    Rijtuigen waren meestal geschilderd in de heraldische kleuren van de familie, bij de ezelwagen zou het geel kloppen met het familiewapen van de familie Steengracht. Maar waarom de panier en het bokkenkarretje geel zouden zijn is een raadsel, want die zijn aangeschaft in de tijd van de familie Schimmelpenninck van der Oye en in hun wapen komt geel noch rood voor.

    Dat maakt het een lastig verhaal. Heeft mode meegespeeld of vonden ze die kleur gewoon mooier? Omdat het niet keihard was te maken welke kleur de juiste is, heeft projectleider Claas Conijn ervoor gekozen om dat wat de restaurateurs aantroffen zo veel mogelijk intact te laten.

    De ezelwagen was in zeer slechte staat
    De ezelwagen dateert van rond 1850 en was bijna te gammel om te vervoeren, laat staan om er nog een ezeltje voor te spannen: de spaken rammelden los in de naven. Zonder restauratie zou de wagen vroeg of laat in elkaar storten. Na het verwijderen van een laag vuil en vet van het onderstel kwam een kleur geel dit tevoorschijn. Het was de eerste laklaag die later minstens twee keer is overgeschilderd in een bruine laag met rode biezen. 

    Voor de vloer van de ezelwagen zijn stukken linoleum op maat gesneden. Het was al vanaf 1870 gebruikelijk om linoleum op de bodem van luxe rijtuigen te leggen. Het was toentertijd modern en het is slijtvast.

    De Bokkenwagen
    De bokkenwagen  is een prachtig miniatuurtje. Wat een fantastisch cadeau moet het voor de kinderen van Duivenvoorde zijn geweest om er mee door het kasteelpark te mogen rijden. Maar het luxe wagentje zag er helaas niet zo fraai meer uit. De gebogen spatborden waren aan beide zijden gebroken, gescheurd en vervormd. Ook de smeedijzeren steunen tussen spatborden en de wagenkast waren verbogen door de vele botsingen die het wagentje – met of zonder bok - in de afgelopen eeuw had meegemaakt.

    De ijzeren hoepel vormt het slijtvaste loopvlak en houdt de losse houten delen van het wiel bijeen. Het ‘krimpen van de hoepel’ is een klusje dat vooral ervaring en behendigheid vraagt. In hoog gestookt smidsvuur werd  de hoepel roodgloeiend waardoor  het ijzer uitzette. Daardoor werd het mogelijk deze om het houten wiel te slaan. Vervolgens zijn snel een paar emmers koud water over de ijzeren hoepel gegooid om te voorkomen dat het houten wiel in de brand zou vliegen. Het koude water had nog een doel: door het afkoelen kromp de ijzeren hoepel muurvast om het wiel. Het is was een spectaculair gezicht, met veel gesis en flink wat rook.  

    Het opnieuw aanzetten van de wielen vormde de belangrijkste fase van het opnieuw opbouwen van de rijtuigjes, hiermee naderde de voltooiing van maanden precisiewerk!

    De historische waarde van het bokkensleetje
    Het had niet veel gescheeld of er was geen geld en tijd meer om het bokkensleetje te restaureren. Maar Claas Conijn slaagde erin om wat geld los te peuteren en restauratiebedrijf Stolk alsnog aan het werk te zetten om het kleine ding dat uit elkaar was gevallen en waarvan het koetsierszitje achterop was afgeknapt, in oude luister te herstellen

    Claas zag het als een oud meubelstukje dat met diezelfde zorg moest worden behandeld; de krakkemikkige resten nu gaven toen een eeuw lang kinderpret op de bevroren vijvers van Kasteel Duivenvoorde. Deze immateriële waarde was een goede reden om zelfs dit sleetje als een echt museumobject te behandelen. Het sleetje glanst weer als vanouds en is zo gerestaureerd dat, als de kans zich voordoet, er incidenteel een bok voor kan. Want hoe mooi zou het zijn, als ook het verhaal van dit sleetje weer tot leven kan komen.

    De rijtuigjes rijden weer
    Kasteel Duivenvoorde kan nu weer laten zien hoe in de 19de eeuw de jeugd op de buitenplaats speelde. De families Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye hadden het kasteel in de 19de en 20ste eeuw in bezit. Hun verblijf was in de zomermaanden een groot plezier, helemaal als de kinderen met een bokkenkar tochtjes door het park konden maken. De panier-met-pony was ideaal voor jongedames om eigenhandig mee door het park te rijden. De instap is namelijk laag en breed, waardoor een dame er elegant in kan stappen zonder haar enkels bloot te hoeven geven.

    Een pony was voor de meiden, een bok voor de kleuters, en van een ezel had het hele gezin plezier, tot grootmoeder toe. De ezelwagen van Duivenvoorde is rond 1850 gemaakt en door opeenvolgende families gebruikt voor telkens hetzelfde doel: heerlijk genieten op een zomerse dag in het park. Voor de ouderen betekende dat vooral het inademen van gezonde lucht en rust, voor de kinderen was het een leerschool voor de natuur.

    Blog en beeldmateriaal

    Kijk hier voor beeldmateriaal (foto's en video's) en een chronologisch overzicht van de nieuwsupdates over dit onderwerp over de periode november 2017- september 2018.

    Deel deze pagina
Begunstigers

Dit project werd mogelijk gemaakt door Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Dioraphte, Stichting der Heerlijkheden Oosterland, Sirjansland en Oosterstein, Stichting Bredius en Stichting Bonhomme Tielens. De Stichting Hippomobiel Erfgoed begeleidde de uitvoering en verzorgde de communicatie.