Bewonersgeschiedenis Duivenvoorde

  • Acht eeuwen bewonersgeschiedenis
    Duivenvoorde kent een bijzondere bewonersgeschiedenis. Het landgoed en kasteel zijn namelijk altijd in familiebezit gebleven. Acht eeuwen lang was Duivenvoorde via vererving in eigendom van de families Van Wassenaer (dertiende-achttiende eeuw), Steengracht (negentiende eeuw) en Schimmelpenninck van der Oye (twintigste eeuw). Hierdoor is acht eeuwen bewonersgeschiedenis nog tastbaar aanwezig. In 1960 bracht de laatste eigenares, Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye, Duivenvoorde onder in een stichting. Sinds 1963 is het kasteel opengesteld voor het publiek.

    Wassenaer

    Oudste eigenaar
    Al vanaf de Middeleeuwen bewoonde de invloedrijke Hollandse adelsfamilie Van Wassenaer het kasteel. De oudst bekende eigenaar – vermeld in de akte over Duivenvoorde van 1226 – was Philips van Wassenaer (vermeld 1215-1248). Het was een adellijk geslacht van ridders dat belangrijke functies aan het hof bekleedde.

    De Watergeus
    Arent VII van Duvenvoirde (1528-1599), de twaalfde heer van Duivenvoorde, was een van de meest tot de verbeelding sprekende eigenaren. Hij had in 1566 het Smeekschrift der Edelen mede ondertekend en werd naar het buitenland verbannen. Daar sloot hij zich aan bij de Watergeuzen en kreeg als bijnaam ‘De Watergeus’. Zijn zoon, Johan van Wassenaer van Duvenvoirde (1577-1645), zou later van grote betekenis voor Duivenvoorde blijken. Johan was uiterst succesvol en bekleedde tal van andere belangrijke functies. De grote verbouwing van Duivenvoorde in 1631 werd onder zijn gezag uitgevoerd; hij liet het nog geheel middeleeuwse slot veranderen in een gerieflijke buitenplaats.

    Toen Johan overleed, kwam Duivenvoorde in het bezit van zijn oudste zoon Arent VIII van Wassenaer (1610-1681). Zo bleef Duivenvoorde via de mannelijke lijn binnen de familie Wassenaer; tot Arent IX van Wassenaer (1669-1721) in 1721 stierf en er geen mannelijke opvolger in lijn was. Via Jacoba Maria van Wassenaer vererfde Duivenvoorde op de tienjarige Henriette Jeanne Christine van Neukirchen genaamd Nyvenheim (1807-1849). Zij zou later trouwen met de Zeeuwse Nicolaas Johan Steengracht (1806-1866).

    Steengracht

    Jonge kasteelvrouwe
    Met Henriette als jonge kasteelvrouwe en 23ste eigenaar brak voor Duivenvoorde een nieuwe periode van bloei aan. Samen met haar man, de rijke Zeeuwse jonkheer Nicolaas Johan van Steengracht, wist zij veel voor Duivenvoorde te betekenen. Zowel het interieur van het kasteel als het park kregen een flinke opknapbeurt.

    Na het overlijden van Henriette en Nicolaas werd hun zoon Hendricus Adolphus Steengracht (1836-1912) eigenaar van Duivenvoorde. Samen met zijn zuster Henriette woonde hij ’s zomers op het landgoed. Net als zijn vader heeft hij veel voor Duivenvoorde betekend. Hendricus Adolphus was ongehuwd, en na zijn overlijden ging Duivenvoorde naar een kleinzoon van zijn zuster Cornelia Maria, die getrouwd was met een lid van het geslacht Schimmelpenninck van der Oye.

    Schimmelpenninck van der Oye

    In 1912 werd Willem Anne Assueer Jacob Schimmelpenninck van der Oye (1889-1957) de 26ste eigenaar van Duivenvoorde. Niet lang daarna ging hij er samen met zijn jongere zuster Ludolphine Henriette (1891-1957) wonen. Zij waren de eerste eigenaren die gedurende het hele jaar op Duivenvoorde woonden, en deden dit op sobere wijze. Tot in de jaren zestig van de 20ste eeuw was er nog geen stromend water of elektriciteit in het kasteel.

    De laatste kasteelvrouwe
    Toen Willem in 1957 onverwachts omkwam bij een ongeluk, werd zijn zus Ludolphine Henriette de 27ste eigenaar van Duivenvoorde. Vanwege hoge successielasten zag zij zich genoodzaakt een deel van haar bezittingen te verkopen. Zij moest uiteindelijk beslissen over het voortbestaan van Duivenvoorde, en besloot het kasteel (met inboedel) onder te brengen in een stichting. Na een grondige restauratie van het kasteel vond vervolgens in 1963 de opening van het museum plaats.

    Deel deze pagina