Aan tafel: bietenrood en zacht roze

Twee bijzondere serviezen uit de achttiende en negentiende eeuw
  • Een van de grootste en meest bijzondere deelcollecties uit de familieverzameling van Kasteel Duivenvoorde is het keramiek en porselein. In de bijna achthonderd jaar dat het kasteel werd bewoond is porselein en keramiek uit alle windstreken verzameld. De vaste opstelling met 18e-eeuws MOL-porselein is met dank aan de Vereniging Rembrandt en de Turing Foundation uitgebreid met nog nooit getoonde serviezen uit de 19e en 20ste eeuw. Deze presentatie heeft als doel aandacht te vragen voor de kracht van de vaste collectie van Kasteel Duivenvoorde. In de schijnwerpers staan: bietenrood en zacht roze. 

    In de collectie van Duivenvoorde bevinden zich tien verschillende serviezen van Europees porselein. Pronken met het meest bijzondere porselein en het meest glanzende zilvergoed aan tafel zorgde ervoor dat de mooiste serviezen werden aangeschaft. Allen uit verschillende periodes en regio's: van achttiende-eeuws porselein uit Meissen, Loosdrecht en Den Haag tot negentiende- en twintigste-eeuwse serviezen uit Berlijn en Parijs.

    Op Duivenvoorde waren de dinerontvangsten een stuk minder formeel dan in het Haagse huis, maar ook op het kasteel vonden belangrijke ontvangsten plaats. Hierbij diende het bezoek geïmponeerd te worden met het meest bijzondere damast, tafelzilver én porselein.  

    Porselein van de dominee
    Twee zeer bijzondere serviezen op Duivenvoorde dateren uit de achttiende eeuw: een servies gedecoreerd met bloemen en uitbundige boeketten én het zogenaamde bietenrood servies, beide van de firma Manufactuur Oud Loosdrecht.

    De firma MOL werd in 1774 opgericht door dominee Joannes de Mol (1726-1782). In de tweede helft van de achttiende eeuw was door een verandering in de eet- en tafelcultuur de vraag naar serviesgoed enorm toegenomen. Daarnaast was de dominee erg begaan met de armoede in Loosdrecht. Beide maakten dat De Mol besloot een porseleinfabriek te beginnen. Veelal produceerde De Mol voor de markt. Bloem- en vogelmotieven waren favoriet. Dat resulteerde onder andere in de productie van het 144-delige servies dat vandaag de dag op Duivenvoorde in de porseleinkast staat opgesteld.   

    Zo nu en dan maakte de fabriek decoratieve uitstapjes. Zo ook met het ontwerp voor het bietenrood servies. Het bietenrood servies omvat vandaag de dag 137 delen: platte en diepe borden, schalen en terrines, schenkkannen en crèmepotjes. De decoratie maakt het servies extra bijzonder. In plaats van de gebruikelijke bloemen, vogels of topografische gezichten werd dit servies beschilderd met verschillende voorstellingen van het dagelijks leven in de Republiek.  

    De firma MOL was geen lang leven beschoren. In 1782 ging de fabriek failliet en niet lang daarna stierf de dominee. Aandeelhouders hebben de fabriek nog enige maanden kunnen onderhouden, maar twee jaar later viel voor MOL het doek. 

    Hoewel we het niet met zekerheid kunnen zeggen, bestaat het sterke vermoeden dat het bietenrode MOL-servies via Cornelia Elisabeth van Heemstra (1867-1901), de moeder van de laatste eigenaars van Duivenvoorde, op het kasteel terecht is gekomen. Bij de opening van het museum in 1963 is voor het laatst van het servies gegeten. Het gaf én geeft nog steeds achttiende-eeuwse grandeur aan tafel.

    Een verstrengelde S en D
    Van een heel ander kaliber is het negentiende-eeuwse roze servies van de Parijse firma Rihouet & Lerousey. In opdracht voorzag Rihouet porselein van familiewapens en monogrammen. Zo ook in het geval van dit servies. Zoals we eerder hebben kunnen lezen kocht de familie Steengracht regelmatig porselein van Parijse makelij. 

    Het 46-delige servies is subtiel beschilderd met roze randen, maar toont trots een monogram van een S en een D: Steengracht van Duivenvoorde. Waarschijnlijk is dit servies in de late negentiende eeuw aangekocht door Hendricus Adolphus Steengracht (1836-1912), kasteelheer van Duivenvoorde. Dit servies was ongetwijfeld bestemd voor dagelijks gebruik. Niettemin geeft het monogram en de subtiele krullen toch ook het alledaagse de grandeur zoals tijdens het diner gewoon was. 

      

    Deel deze pagina