

Omstreeks 1250 stond op de plaats van het huidige kasteel een donjon - een vierkante verdedigingstoren. Later werd woonruimte belangrijker dan veiligheid. Men bouwde steeds meer bij aan de toren. Bij een ingrijpende verbouwing in opdracht van Johan van Wassenaer in 1631 kreeg het kasteel zijn huidige uiterlijk en grondplan. Duivenvoorde werd van een robuuste verdedigingstoren voorgoed een behaaglijk landhuis.
Duivenvoorde is nooit verkocht maar altijd
door vererving van eigenaar gewisseld. En dat is uniek. Pas in 1960 is
het erfgoed in een stichting ondergebracht door Jonkvrouwe Ludolphine
Henriette barones Schimmelpenninck van der Oije. Na grondige restauratie
werd het kasteel opengesteld voor het publiek.
